Overweg
Een overweg is de plaats waar een weg een spoorlijn kruist. Oprijden terwijl de slagbomen dicht zijn of de rode lichten knipperen, is een zware overtreding.
Dubbel voorzichtig zijn is bij een overweg een voorschrift. Is er geen slagboom en geen verkeerslicht, of werken de lichten niet, dan rijd je pas op nadat je je ervan vergewist hebt dat er geen spoorvoertuig nadert.
Je mag er niet op als:
- de slagbomen bewegen of gesloten zijn;
- de rode knipperlichten branden;
- het geluidssein werkt.
Een maanwit knipperlicht betekent het omgekeerde: je mag het signaal voorbijrijden.
Rijd een overweg ook niet op als het verkeer zo vaststaat dat je erop zou moeten stoppen. Links inhalen is er verboden, behalve als de overweg slagbomen heeft of het verkeer er met verkeerslichten geregeld wordt.
Op het examen
Twee overtredingen zijn hier van de vierde graad, de zwaarste categorie: de overweg oprijden terwijl een van die drie signalen het verbiedt, en stilstaan of parkeren op de overweg. Een fout op zo’n vraag is dus een zware fout.
Let bij de rode lichten op het woord beurtelings: twee afwisselend knipperende rode lichten betekenen voor álle weggebruikers dat je niet voorbij de stopstreep mag, of voorbij het licht als er geen streep is.
De borden erbij
Lees de volledige lessen
Hier staat wat het is. In de theorie staat wat je moet doen.
Oefenen komt eraan
We werken aan een oefenapp.