Verboden stil te staan én te parkeren
Ongeveer 2 minuten lezen
In dit hoofdstuk: Les 3 van 7 · 11 min

Op deze plaatsen mag je zelfs niet even stilstaan, en dus ook niet parkeren. Dat geldt ook overal waar je voertuig duidelijk gevaar oplevert of anderen onnodig hindert.
Waar voetgangers en fietsers gaan:
- op het trottoir, en binnen de bebouwde kom op een verhoogde berm;
- op het fietspad;
- op een oversteekplaats voor voetgangers of voor fietsers.
Een motorfiets mag wel op het trottoir staan, als hij niemand hindert. En met het bord verplicht parkeren op de berm of het trottoir, of deels erop, is het trottoir juist de plaats waar je moet staan.

Waar je zicht of doorgang wegneemt:
- op een overweg;
- op een verkeersdrempel;
- op de witte schuine strepen van een verdrijvingsvlak of verkeersgeleider;
- op de rijbaan in een tunnel of onderbrugging, en onder een brug;
- op de rijbaan bij de top van een helling of in een bocht zonder goed zicht;
- op de autosnelweg en de autoweg.

En binnen deze afstanden:
| Afstand | Waar |
|---|---|
| 5 m | vóór een oversteekplaats, op de rijbaan |
| 5 m | van de plaats waar fietsers het fietspad op- of afrijden |
| 5 m | van een kruispunt, gemeten vanaf de rand van de dwarsstraat |
| 20 m | vóór verkeerslichten, op en buiten een kruispunt |
| 20 m | vóór verkeersborden |

Op het trottoir, de verhoogde berm, de verkeersdrempel, onder een brug en bij een kruispunt kan een plaatselijke regeling het toch toelaten.
Oefenen komt eraan
We werken aan een oefenapp.