Overtredingsgraad
Ook: graad van overtreding, zware overtreding, overtreding van de vierde graad
De wegcode deelt overtredingen in vier graden in, van de lichte eerste tot de zware vierde graad. De derde en vierde graad tellen op het examen als zware fout.
De eerste graad is de lichtste: elke overtreding van de wegcode die niet als tweede, derde of vierde graad aangeduid is. Ze kost meestal een onmiddellijke inning aan het laagste tarief van de vier graden.
De derde graad gaat over gedrag dat de veiligheid van personen rechtstreeks in gevaar brengt. Voorbeelden: op de pechstrook rijden, of een gsm in de hand houden achter het stuur.
De vierde graad is de zwaarste, en de lijst telt maar zeven punten. Onder meer: het stopbevel van een agent negeren, een overweg oprijden als de slagbomen dicht zijn of de rode lichten knipperen, op een overweg stilstaan of parkeren, en op de autosnelweg of autoweg keren, achteruitrijden, spookrijden of de dwarsverbinding gebruiken.
Op het examen
Het theorie-examen telt 50 vragen, waarvan 5 zware die elk 5 punten kosten. Zwaar zijn de vragen over overtredingen van de derde en vierde graad en over snelheid. Je slaagt vanaf 41 op 50, dus met twee zware fouten ben je gezakt.
Een verrassing: alcohol staat niet in de wegcode maar in de Wegverkeerswet, en heeft geen graad. Op het examen is dat een gewone vraag van één punt.
Lees de volledige lessen
Hier staat wat het is. In de theorie staat wat je moet doen.
Oefenen komt eraan
We werken aan een oefenapp.