Pechstrook
De pechstrook is de strook rechts naast de rijbaan van een autosnelweg of een autoweg. Ze dient voor pech, ongevallen en hulpdiensten: je mag er niet op rijden.
Val je stil met pech of na een ongeval, dan zet je je auto zo ver mogelijk rechts, op de pechstrook. Daarna:
- zet je je waarschuwingsknipperlichten aan;
- trek je je fluohesje aan vóór je uitstapt;
- plaats je de gevarendriehoek op 100 meter, zichtbaar van 50 meter ver;
- wacht je achter de vangrail, niet in of naast de auto.
Erop rijden mag niet, ook niet in een file. De uitzonderingen gelden alleen voor prioritaire voertuigen met een dringende opdracht, opgeroepen diensten en takelwagens die bij sterk vertraagd of stilstaand verkeer naar een incident rijden. Trajectcontroles registreren ook wie over de pechstrook rijdt.
Op het examen
Rijden op de pechstrook is een overtreding van de derde graad, en dus een zware vraag. De valkuil is de reddingsstrook: dat is niet de pechstrook. Bij file maak je ruimte tussen de rijstroken, je wijkt niet uit naar de pechstrook.
Eén situatie waarin je er wel over mag: bij wegenwerken kunnen oranje markeringen aangeven dat je over de pechstrook rijdt.
Lees de volledige lessen
Hier staat wat het is. In de theorie staat wat je moet doen.
Oefenen komt eraan
We werken aan een oefenapp.