De bevelen van een agent
Ongeveer 1 minuut lezen
In dit hoofdstuk: Les 2 van 8 · 9 min

Het bevel van een agent volg je onmiddellijk, ook als het verkeerslicht iets anders zegt. Hij moet wel herkenbaar zijn aan zijn uniform of kentekens, overdag en ‘s nachts.
| Gebaar | Wat je doet |
|---|---|
| Arm rechtop | Iedereen stopt. Sta je al op het kruispunt, dan rijd je het vrij. |
| Eén of twee armen horizontaal | Rijd je naar zijn buik of rug, dan stop je. Rijd je naar zijn zijkant toe, dus naar zijn vingertoppen, dan mag je door: rechtdoor, links of rechts. |
| Zwaaien met een rode lamp | Stoppen, als hij naar jou zwaait. Zo kan hij je ook laten afslaan in plaats van rechtdoor te rijden. |
| Armen op en neer | Trager rijden. |
| Draaiende arm | Sneller rijden. |
Met zijn fluitje trekt hij alleen je aandacht. Voor hij zich draait, steekt hij eerst zijn arm rechtop. Mag je daarna rijden, laat dan eerst de voetgangers die nog oversteken de overkant halen.
Vraagt een agent je je stilstaande of geparkeerde auto te verplaatsen, dan doe je dat. Weiger je of ben je er niet, dan mag hij hem laten wegslepen op jouw kosten, behalve als je er niet bent en reglementair geparkeerd stond.
Een brandweerman mag het verkeer regelen waar de brandweer aan het werk is.
Gemachtigde opzichters, wegkapiteins en signaalgevers zijn geen agenten, maar hun aanwijzingen volg je ook. Waar geen verkeerslichten staan, mogen ze het verkeer stilleggen met een rond bord verboden toegang op een stok.
Oefenen komt eraan
We werken aan een oefenapp.