Voorrangsweg
Een voorrangsweg is een weg waarop het dwarsverkeer jou voorrang moet verlenen. Hij begint bij de gele ruit B9 en eindigt bij de doorstreepte ruit B11.
Het bord B9, een gele ruit met witte rand, zegt dat je op een voorrangsweg rijdt. Op de dwarswegen staat dan B1 of B5. Het bord wordt na elk kruispunt herhaald, zodat je weet dat je er nog op zit.
B11 is dezelfde ruit, doorstreept: vanaf daar geldt weer voorrang van rechts. B13 kondigt B11 op voorhand aan.
Verwar B9 niet met B15, de zwarte pijl in een driehoek. Die geeft je voorrang op één kruispunt, niet op een hele weg. Kijk bij B15 goed naar de tekening: de streep in het symbool mag de vorm van het kruispunt weergeven.
Wil je buiten de bebouwde kom even halt houden op de rijbaan van een voorrangsweg, dan is stilstaan toegestaan, maar parkeren niet.
Op het examen
Voorrang hebben is niet hetzelfde als doorrijden zonder kijken. Een tram gaat altijd voor, ook als jij op een voorrangsweg rijdt of B15 aan jouw kant hebt. En wie een kruispunt oprijdt, blijft dubbel voorzichtig, ook met voorrang.
De borden erbij
Lees de volledige lessen
Hier staat wat het is. In de theorie staat wat je moet doen.
Oefenen komt eraan
We werken aan een oefenapp.