Autoweg
Een autoweg is een weg voor motorvoertuigen tussen de borden F9 en F11. Anders dan op een autosnelweg kunnen er kruispunten en verkeerslichten zijn.
Op een autoweg worden alleen motorvoertuigen en hun aanhangwagens toegelaten. Niet elk voertuig met een motor komt erop: bromfietsen, landbouwvoertuigen, slepen van kermisvoertuigen en vierwielers zonder passagiersruimte blijven eraf.
Buiten de bebouwde kom hangt de snelheid af van hoe de rijrichtingen gescheiden zijn:
| Situatie | Snelheid |
|---|---|
| minstens 2 rijstroken per richting én een middenberm | 120 km/u |
| alleen een wegmarkering, Vlaanderen en Brussel | 70 km/u |
| alleen een wegmarkering, Wallonië | 90 km/u |
Er is geen minimumsnelheid, maar abnormaal traag rijden zonder geldige reden blijft een overtreding. Bij pech zet je de gevarendriehoek op minstens 30 meter, niet op 100 zoals op de autosnelweg.
Op het examen
De klassieke vraag toont een brede weg met twee stroken per richting maar zonder middenberm. Het antwoord is dan niet 120: beide voorwaarden moeten kloppen.
De verboden van de autosnelweg gelden ook hier. Keren, achteruitrijden, spookrijden en de dwarsverbindingen gebruiken zijn ook op de autoweg overtredingen van de vierde graad.
De borden erbij
Lees de volledige lessen
Hier staat wat het is. In de theorie staat wat je moet doen.
Oefenen komt eraan
We werken aan een oefenapp.