Hoofdstukken · 06
Zone, woonerf, speelstraat
7 lessen · 7 min
Plaatsen waar de auto te gast is. Ze lijken op elkaar, maar verschillen in snelheid en in wie erin mag.
Snelheid en toegang op een rij
| Waar | Snelheid | Wie mag erin |
|---|---|---|
| Zone 30 | 30 km/u | iedereen |
| Woonerf en erf | 20 km/u | iedereen |
| Speelstraat | stapvoets | bewoners, garages, prioritair, vergunning, fietsers |
| Schoolomgeving | 30 km/u | iedereen |
| Schoolstraat | stapvoets | te voet, fiets, speed pedelec, prioritair, vergunning |
| Fietszone | 30 km/u | iedereen, fietsers niet inhalen |
| Voorbehouden weg | 30 km/u | wie op het bord staat |
Ook in een voetgangerszone rijd je stapvoets, als je er mag komen.
Parkeren heeft alleen in het woonerf en het erf een eigen regel: alleen in een vak met een P, of waar een bord het toelaat.
In dit hoofdstuk
- 1Zone en zone 30Je weet dat een zonebord geldt tot het eindebord, dag en nacht, en wanneer een onderbord of een elektronisch bord dat beperkt.1 min
- 2Woonerf en erfJe weet welke snelheid in een woonerf en een erf geldt, wat voetgangers er mogen en waar je er mag parkeren.1 min
- 3SpeelstraatJe weet hoe je een speelstraat herkent, wie erin mag en dat je er stapvoets rijdt.1 min
- 4Schoolomgeving en schoolstraatJe weet het verschil tussen een schoolomgeving en een schoolstraat: hoe je ze herkent, wie erin mag en hoe snel je er rijdt.1 min
- 5Fietszone (fietsstraat)Je weet waar een fietszone begint en eindigt, dat je er fietsers niet mag inhalen, welke snelheid er geldt en hoe breed fietsers de rijbaan mogen gebruiken.1 min
- 6Voorbehouden wegJe weet hoe je ziet wie op een voorbehouden weg mag rijden en welke snelheid er geldt.1 min
- 7Bijzondere overrijdbare beddingJe weet wanneer je een trambedding mag oprijden en wanneer je hem alleen mag dwarsen.1 min