ESP en slippen
Ongeveer 1 minuut lezen
In dit hoofdstuk: Les 7 van 7 · 7 min

ESP (bij sommige merken ESC of DSC) houdt je auto op koers. Merkt het dat de auto niet gaat waar je stuurt, dan remt het afzonderlijke wielen af en neemt het zo nodig gas terug. ABS houdt je stuurbaar tijdens het remmen, ESP doet dat in een bocht of als je moet uitwijken.
ESP redt geen bocht die te snel is voor de grip die er is. Knippert het ESP-lampje, dan greep het systeem net in: rij trager.
Een slip begint bijna altijd met iets bruusks: te snel, te hard remmen, te veel gas of te veel stuur. Rem dus vóór de bocht en niet erin. In de bocht mag je licht gas geven.
Voorwielslip
De voorwielen verliezen grip. Je stuurt, maar de auto schuift rechtdoor de bocht uit.
- Voet van het gas en niet hard remmen.
- Niet verder insturen. Stuur juist een beetje terug tot de wielen weer grijpen.
Achterwielslip
De achterkant breekt uit en de auto dreigt te tollen.
- Gas los en koppeling in.
- Tegensturen: stuur in de richting waarin de achterkant wegglijdt, en kijk waar je heen wilt.
- Niet hard remmen.
Aquaplaning
De banden rijden op een laagje water en je hebt geen grip meer. Het stuur voelt plots licht en de motor slaat hoger aan.
- Voet van het gas, en ontkoppel eventueel.
- Stuur recht in de richting waar je heen wilt.
- Niet remmen tot de banden weer grip hebben.
Oefenen komt eraan
We werken aan een oefenapp.