De motor, het lawaai en de weg
Ongeveer 1 minuut lezen
In dit hoofdstuk: Les 1 van 3 · 4 min
- De motor, het lawaai en de weg
- Zuinig rijden
- Lage-emissiezones en het STOP-principe
Laat je motor niet nodeloos draaien als je stilstaat, bijvoorbeeld voor een gesloten overweg of aan de schoolpoort. Ook herhaaldelijk gas geven in vrijloop is verboden, zelfs om de motor warm te houden.
Je mag het verkeer niet hinderen of in gevaar brengen met iets wat je op de weg gooit, achterlaat of laat vallen, of met wat je verspreidt:
- afval, zoals een sigarettenpeuk uit het raam
- een lading die van je auto valt
- stoffen zoals olie
- rook of stoom
Beschadig ook de weg niet: rij zo nodig trager, laad minder of neem een andere weg.
Toeteren mag alleen kort, om een ongeval te voorkomen, of buiten de bebouwde kom om iemand te waarschuwen dat je hem inhaalt. ’s Nachts sein je met je lichten, behalve bij dreigend gevaar. Toeteren uit ongeduld is een overtreding.
Bij smogalarm kan de snelheid op sommige autosnelwegen en ringwegen in Vlaanderen dalen tot 90 km/u. Borden met “SMOG 90” en de elektronische borden boven de weg tonen wat dan geldt.
Oefenen komt eraan
We werken aan een oefenapp.