Voetgangerszone
Een voetgangerszone begint bij het bord F103 en eindigt bij F105. Wie er uitzonderlijk mag rijden, rijdt stapvoets en laat de voetgangers voorgaan.
Binnen een voetgangerszone is de weg in de eerste plaats van de voetganger. Met een voertuig kom je er alleen uitzonderlijk in, bijvoorbeeld als je er een garage hebt die alleen via de zone bereikbaar is, of voor leveringen in geval van absolute noodzaak of waar de borden het toelaten. Vaak heb je daarvoor een vrije doorgangskaart van de burgemeester nodig. Parkeren is er altijd verboden.
Mag je erin, dan:
- rijd je stapvoets;
- laat je de doorgang vrij voor voetgangers en stop je zo nodig;
- breng je voetgangers niet in gevaar en hinder je hen niet.
Stapvoets is geen snelheid met een cijfer maar een tempo: dat van een wandelende volwassene, in de praktijk vijf à zes kilometer per uur. Het gaat om het vermogen om onmiddellijk te stoppen, in een straat waar mensen zonder te kijken van de ene winkel naar de andere lopen.
Op het examen
De voetgangerszone, het woonerf en de speelstraat worden graag door elkaar gehaald. Onthoud de snelheden: in de voetgangerszone en de speelstraat rijd je stapvoets, in een woonerf 20 km/u. Stapvoets is dus trager dan wat in een woonerf mag.
Niet stapvoets rijden in een voetgangerszone is een overtreding van de derde graad, en dus een zware vraag.
De borden erbij
Lees de volledige lessen
Hier staat wat het is. In de theorie staat wat je moet doen.
Oefenen komt eraan
We werken aan een oefenapp.