Kruisen
Kruisen is een tegenligger passeren. Dat gebeurt altijd rechts, en wie een hindernis aan zijn kant heeft, vertraagt en laat de tegenligger eerst voorbij.
Het kruisen geschiedt rechts. Daarom rijd je zo veel mogelijk rechts op de rijbaan, zodat er links ruimte blijft voor de tegenligger. Je laat een voldoende zijdelingse afstand en wijkt zo nodig naar rechts uit.
Is de rijbaan te smal, dan mag je uitwijken naar:
- de gelijkgrondse berm, zonder wie er loopt in gevaar te brengen;
- de fietssuggestiestrook, want die hoort bij de rijbaan.
Niet naar het fietspad, en niet naar de parkeerstrook rechts van de brede witte streep.
Lukt het kruisen niet, dan wijst de wegcode aan wie wacht: de bestuurder wiens doorrijden belemmerd wordt door een hindernis of andere weggebruikers, vertraagt en stopt zo nodig.
Een tram kruis je ook rechts. Links mag alleen als rechts niet kan, en zonder tegenliggers te hinderen.
Op het examen
Kruisen en inhalen worden bewust door elkaar gebruikt. Kruisen doe je met iemand die je tegemoetkomt, inhalen met iemand die dezelfde richting uit gaat.
Kruis je een fietser, dan houd je dezelfde afstand als bij het inhalen: 1 meter binnen de bebouwde kom, 1,5 meter erbuiten.
Lees de volledige lessen
Hier staat wat het is. In de theorie staat wat je moet doen.
Oefenen komt eraan
We werken aan een oefenapp.